Is deze nieuwsbrief iets voor u?

0

Loading

Door NOS Tweede Wereldoorlog • Editie #72 • Bekijk online

Graag vestigen we uw aandacht op de NOS-nieuwsbrief, waarop ons Comité is geabonneerd. Onder aan deze nieuwsbrief kunt ook u zich aanmelden.

Aandacht dit keer voor twee boeken die de persoonlijke verhalen vertellen van vervolgde Joden: de brieven die Philip Mechanicus uit Westerbork verstuurde en de getuigenis van Rosa de Winter-Levy over Auschwitz. Maar eerst aandacht voor een maquette die toont wat er verloren ging bij het bombardement van Rotterdam.

Vooroorlogs Rotterdam

Aan de Coolsingel vallen het stadhuis en het monumentale postkantoor meteen op, maar geen spoor van de Erasmusbrug, de Koopgoot of de Euromast. Wel vind je een door Dudok ontworpen gebouw van de Bijenkorf, het Oost-Indisch Huis waar eens de VOC zetelde en de Passage, het eerste elektrisch verlichte gebouw van Nederland. Museum Rotterdam heeft in de permanente opstelling plek gemaakt voor een enorme maquette van de vooroorlogse stad. Het schaalmodel met negen delen van elk een vierkante meter groot werd begin jaren vijftig gemaakt door vijf modelmakers, die er drie jaar aan werkten. Geleid door eigen herinneringen aan de stad, kadastertekeningen, luchtfoto’s en duizenden archiefbeelden werd elke meter in het echt secuur als een millimeter in hout herschapen. Het is een ideale manier om het verloren Rotterdam te herontdekken, zegt conservator Rob Noordhoek. “Je ziet de gekste dingen. Natuurlijk herkenbare gebouwen die zijn gebleven, maar ook zaken die uit het collectieve geheugen zijn verdwenen, zoals een amfitheater in het museumpark. Het is soms een beetje een zoekplaatje, zoals de achterkant van het Grand Theater van Tuschinski, die in Rotterdam zijn bioscoopimperium had. Ik kende de gevel van foto’s, maar de grote zaal die erachter zat zie je op foto’s niet, alleen van boven.”   Noordhoek zag wildvreemden bij de maquette met elkaar in gesprek raken over wat er verloren ging. “Het leeft nog altijd heel erg onder Rotterdammers. Hoewel er maar heel weinig mensen zijn die nog hebben rondgelopen in de vooroorlogse stad, missen mensen het nog echt. Een soort fantoompijn, zou je kunnen zeggen.”

HET STADSHART OP DE MAQUETTE

alt
Museum Rotterdam

Daarbij gaat het vaak om een romantisch beeld van de stad, merkte Noordhoek. “Het wordt geïdealiseerd, een beetje als een James Dean of een Marilyn Monroe die jong zijn overleden. Wat we nu kennen is vaak beperkt tot wat de fotograaf de moeite van het fotograferen waard vond. Alsof je over 80 jaar een beeld van de stad maakt aan de hand van foto’s van citymarketing: altijd mooi weer, mooie mensen, mooie gebouwen, mooie hoeken.” 

Op de maquette zijn juist ook de knelpunten te zien: grotestadsproblemen als nauwe steegjes en verkrotte woningen. “Dat bombardement was vooral zo verwoestend door de brand die erop volgde: het vuur ging als een malle door de dichte bebouwing, waar mensen onder barre omstandigheden woonden. Maar daar zijn nauwelijks foto’s van.” 

Noordhoek herinnert eraan dat de stad al voor het bombardement niet bang was te veranderen. Er werd een spoorlijn aangelegd door het middeleeuwse centrum en voor de Coolsingel en Meent waren sloppenwijken geruimd. Het bombardement maakte een einde aan de discussie over sloop van het oude raadhuis en de herbouw van de Delftse Poort, die voor een betere doorstroom werd verplaatst. “De radicale keuze voor een nieuwe stad kwam dus niet uit het niets. Verandering zit in het dna van de stad, al mag Rotterdam wat mij betreft wel wat zorgvuldiger omgaan met zijn gebouwde geschiedenis.”

DETAIL VAN DE MAQUETTE, ROND DE HUIDIGE KOOPGOOT

alt
Museum Rotterdam

Want zelfs verschillende gebouwen die het bombardement overleefden waren uiteindelijk niet heilig, blijkt uit de digitale legenda die het museum toevoegde bij het model. Molen De Noord werd in 1954 na een verwoestende brand niet herbouwd, het winkelpand van Modehuis Gerzon moest in 1992 wijken voor hoogbouw. Ook de Koninginnekerk bleef in de jaren 60 niet behouden, ondanks protesten onder de slogan “Wat de nazi’s lieten staan, gaat er nu wel aan”. 

De maquette en de verhalen erachter maken het voor Noordhoek mogelijk de geschiedenis van de stad af te pellen als een ui. “Rotterdam ziet eruit als een moderne stad, omdat je de geschiedenis niet kan zien. Maar geschiedenis is niet per se wat er was, maar wat er is gebeurd. En op dat vlak heeft Rotterdam veel te bieden. Dat proberen we zo naar de oppervlakte te brengen.”

‘Een opgewekte, sombere vrouw’

ROSA (R) MET HAAR DOCHTER JUDY

alt
Uitgeverij Alfabet

“In mijn grootste ellende heb ik mij voorgenomen om, mocht ik het lijden doorstaan, mijn belevenissen in het concentratiekamp Birkenau bij Auschwitz in Polen wereldkundig te maken.” Met die woorden begint Rosa de Winter-Levy haar getuigenis. Nog geen half jaar nadat ze terug was gekomen in Nederland verscheen in september 1945 Aan de gaskamer ontsnapt! Het is nu heruitgegeven als In Birkenau, inclusief een introductie en interviews met haar kleinkinderen.

Voor onze site 75 Jaar Bevrijding maakten we al veelvuldig gebruik van de teksten van Rosa. Ze was samen met Otto Frank en de zusjes Brilleslijper een van de mensen die we volgden van de bevrijding van Auschwitz,via een omweg door Odesa en Marseille terug naar Nederland. In het boek vertelt ze ook over haar arrestatie na 464 dagen onderduik, het transport via Westerbork en het leven in Auschwitz.

“De SS-officieren staan voor ons met zwepen in de hand, grote honden naast zich. Felle schijnwerpers op ons gericht, het is net daglicht”, schrijft ze over haar aankomst met het laatste Nederlandse transport naar het kamp. Het lukt haar haar dochter bij zich te houden, maar haar echtgenoot Emanuel raakt ze kwijt. “Mijn man kijkt me nog even verdrietig aan, een blik om nooit te vergeten. Het is maar een kort ogenblik, hij wordt zonder afscheid van me weggedreven.”

Grimmig feitelijk beschrijft Rosa de ellende van het kamp. De slopende dwangarbeid, mishandelingen of executies om niets en de constante dreiging van de gaskamer. “Achter de barak liggen twee dode vrouwen in de sneeuw”, schrijft ze, als ze hevig verzwakt de kliniek opzoekt. “Ik deins terug. Ach wat, denk ik bij mezelf, niet sentimenteel zijn.”

Wekenlang lukt het Rosa haar dochter Judy te steunen. Bij een appel staat ze voor haar, om haar uit de wind te houden. Ze regelt een lap als hoofddoek, omdat een kaalgeschoren hoofd zo koud is. Uit haar mond gespaard brood ruilt ze tegen een warme jurk als verjaardagscadeau op 27 oktober 1944. Dat is ook de dag dat de twee gescheiden worden. Kamparts Mengele bepaalt dat Judy elders kan werken, maar Rosa moet achterblijven. Pas bij terugkeer in Nederland ontdekt Rosa dat Judy alles overleefd heeft.

Het boek eindigt abrupt bij die hereniging. De interviews van Ronit Palache schetsen hoe het de vrouwen later verliep. “Een opgewekte, sombere vrouw” typeert kleindochter Henriette haar. “Ze verbloemde een bepaalde kilheid die onder al haar veronderstelde hartelijkheid schuilging”, vult  kleinzoon Marcel aan.

Gehavende mensen, noemt Marcel zijn moeder en oma. “Eenmaal in bed schrok ik wakker omdat oma aan het gillen was”, weet Marcel nog. “’Pas op, pas op’, gilde ze en ze wees naar boven naar de plafonniere. “Zie je die buisjes? Daar komt gas uit.” Rosa kon aan het eind van haar leven steeds slechter tegen schreeuwen en harde geluiden. Twee jaar voordat ze in 1985 overleed, werd ze opgenomen in een psychiatrische kliniek. Judy overleed in 2019, 90 jaar oud.

Brieven uit kamp Westerbork

Men probeerde er het beste van te maken in maart 1943, voor het 50-jarig huwelijksjubileum van een ouder echtpaar in Westerbork. In de ziekenzaal werden een paar bedden weggeschoven om een tafeltje te plaatsen waar de twee konden lunchen, een goed gedekte tafel op een kraakwit tafellaken.“

Dat ging recht door mijn hart”, schreef ooggetuige Philip Mechanicus aan zijn in Amsterdam achtergebleven dochter Ruth. “In al zijn feestelijkheid was dit huiselijke feestje tragisch, omdat het de ellende van de Joden zo sterk accentueerde.”

Met zijn boek In Depot kwam journalist Mechanicus bekend te staan als chroniqueur van het doorvoerkamp. “Alsof ik als officieel reporter een schipbreuk versla”, typeerde hij het zelf. 

Als aanvulling op dat verslag zijn nu de brieven gebundeld die hij uit het kamp verzond aan familie en bekenden. Mechanicus houdt bijvoorbeeld zijn ondergedoken dochters op de hoogte van zijn leven in het kamp, waar hij na een arrestatie in september 1942 was terechtgekomen.

DE BRIEVEN VAN MECHANICUS

Koert Broersma

De pakketjes en brieven die hij van hen kan ontvangen houden hem op de been, vooral het eten dat een welkome aanvulling is op het schrale aanbod. “Het zijn natuurlijk de extraatjes die het leven van ons wat veraangenamen en dragelijk maken”, schrijft hij. ”Wij zijn vaak net een troep stoute kinderen die, soms met afgunst, in elkaars pakketjes gluren om te zien wat erin zit.” De momenten zijn “tekenen uit mijn eigen wereld, waarnaar ik zo hunker”.

Omdat Mechanicus zijn dochters grotendeels de ellende in het kamp bespaart, valt het des te meer op als hij wel dieper ingaat op de onmenselijke omstandigheden, ook al probeert hij zijn toon luchtig te houden.  

“Mijn bed, drie hoog, is van alles tegelijk: slaapplaats, bagagedepot, provisiekast, klerenkast, droogrek”, beschrijft hij zijn plekje in de barak. “Acrobatische vaardigheid” vergt zo’n leven. “Een trapje is er niet. Elke opstijging, elke afdaling stelt eisen die doen denken aan de opleiding van een geveltoerist.”

Mechanicus stoort zich aan de niet-aflatende chaos van het kamp. “De hele dag gezoem als in een bijenkorf, geschreeuw als in een apenhuis, of daar tussenin. De hele dag kleine ruzietjes, in de barak, in het washok, bij de kachel.”

En allemaal met de dreiging dat het ineens voorbij kan zijn, met een reis naar onbekende bestemming in het oosten. “Van deze mensen komt natuurlijk niets meer terecht. Wat men hen gebeurt, daarvan weet men niet, geen letter”, zegt hij als er weer een transport met bekenden is vertrokken.

PHILIP MECHANICUS

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Zelf is Mechanicus op 15 maart aan de beurt. Hij weet nog net een briefje aan Ruth uit de rijdende trein te gooien. “Even een groetje uit de trein derde klasse.” Er volgt daarna nog één weinig zeggend kattenbelletje in het Duits uit Bergen-Belsen.

Het zou nog anderhalf jaar duren tot er bevestiging kwam dat Mechanicus op 15 oktober 1944 was doodgeschoten in Auschwitz, 55 jaar oud. Getuigen meldden dat hij ook in Bergen-Belsen aantekeningen was blijven maken.

Westerbork zoekt knopen

Westerbork is op zoek naar 1,5 miljoen knopen. Jeroen Krabbé wil ze gebruiken voor een herdenkingskunstwerk waar elke knoop staat voor een van de kinderen die stierven in de Holocaust.“

Elk knoopje is anders. Ze verschillen van grootte, kleur, vorm, ze zijn allemaal uniek, niet één is hetzelfde”, legde Krabbé zijn project uit aan RTV Oost. “Daarom is dit ook zo’n krachtig symbool. Anderhalf miljoen is een abstract getal, maar zo besef je, elke knoop is een kind, een mens.”

INGEZAMELDE KNOPEN

Westerbork

Krabbé werd zelf in december 1944 in Amsterdam geboren, zoon van een Joodse moeder en een niet-Joodse vader. Zijn moeder was van haar kant van de familie de enige die de oorlog overleefde. Meer dan tachtig anderen, onder wie zijn opa en tante, werden vermoord. Op de tentoonstelling waar hij het kunstwerk voor maakt, zullen ook voorwerpen van de familie Krabbé te zien zijn die hun verhaal vertellen.

Middelbare school De Nieuwe Veste in Hardenberg is al begonnen met een inzameling. De kinderen hebben al ruim 320.000 knopen opgehaald. “Er staan hier mensen voor de deur met grote bakken met kilo’s knopen, maar ook met een boterhamzakje met een paar knoopjes”, zegt de 15-jarige Jorn Wiersma. “Daar zit geen verschil tussen, het zijn allemaal knopen met een verhaal, en elke knoop is er weer één. Daarom is elke knoop welkom.”

Inspiratie voor het project kwam van het Bialik Buttons Project, waarvoor in Melbourne eerder al 1,5 miljoen knopen werden verzameld. Hoe hij zijn kunstwerk zal vormgeven, weet Krabbé nog niet. “Ik denk nu aan een muur. Een muur gemaakt van 1,5 miljoen knopen, eentje waar je niet omheen kunt, letterlijk en figuurlijk.”

Krabbé noemt een knoop een krachtig symbool om slachtoffers achter de kille cijfers te symboliseren. “Stel je voor, in de vernietigingskampen moesten de mensen zich uitkleden. Het laatste dat ze hebben aangeraakt, zijn de knopen van hun kleren.”

Iedereen die knopen wil bijdragen, kan die inleveren of opsturen naar De Nieuwe Veste.

Overig nieuws

Onderzoekers hebben een nieuwe methode gebruikt om een anonieme oorlogsdode van het Ereveld Loenen te identificeren. Door het dna niet op de gebruikelijke 23 punten te vergelijken maar tienduizenden kenmerken van het erfelijk materiaal te bekijken, is het mogelijk verder te kijken dan eerstelijnsbloedverwanten, naast broers en zussen dus bijvoorbeeld ook neven en nichten. Zo kon men 79 jaar later dankzij het dna van een neef bevestigen dat een onbekende dode op het ereveld een dwangarbeider was die in 1944 in Berlijn vermist raakte. Op verzoek van de familie zijn verdere details niet bekendgemaakt.

ONDERWATERBEELDEN VAN DE ALBACORE

alt
Naval History and Heritage Command

Voor de kust van Japan is een Amerikaanse onderzeeër teruggevonden die tijdens de Tweede Wereldoorlog verging. Op basis van archiefonderzoek wist een Japanse hoogleraar het gebied te achterhalen waar de USS Albacore was vergaan, enkele kilometers uit de kust van het noordelijke eiland Hokkaido.

Er is een begin gemaakt met het digitaliseren van een van de gevoeligste archieven van Nederland: het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging, de dossiers van 300.000 van collaboratie verdachte personen. “Het zal een hoop losmaken, vooral bij de kinderen van NSB’ers”, voorspelt voorzitter Jeroen Saris van de belangenvereniging.

De gehele Tweede Kamer verzoekt premier Rutte en koning Willem-Alexander diplomaat Jan Zwartendijk te eren met een ongekende postume koninklijke onderscheiding. Als consul in Litouwen verstrekte hij duizenden Joden een visum waarmee ze via Japan konden vluchten naar de Antillen of Suriname. Hij werd na de oorlog door Buitenlandse Zaken berispt vanwege het onterecht verstrekken van visa.

643 mensen kwamen op 10 juni 1944 om het leven bij het bloedbad van Oradour-sur-Glane, slechts zes inwoners overleefden de SS-wandaad. De laatste overlevende ervan, Robert Hébras is nu op 97-jarige leeftijd overleden.

HÉBRAS IN DE RUÏNE VAN ZIJN DORP

alt
AFP

Wolgograd heette begin februari even weer Stalingrad voor de herdenking van het einde van de slag om de stad. De Russische president Poetin greep het moment aan voor een propagandatoespraak: “We worden opnieuw bedreigd door Duitse Leopard-tanks met kruizen aan boord”, zei hij over Duitse wapenleveranties aan Oekraïne. Bij de feestelijkheden werd ook een borstbeeld van dictator Stalin onthuld.

Vier organisaties van verzetsleden willen dat de NTR een uitzending aanpast van Het verhaal van Nederland, het geschiedenisprogramma gepresenteerd door acteur Daan Schuurmans. Volgens de organisaties doen de makers voorkomen dat het verzet in Nederland vrijwel niet bestond, dat het Nederlandse volk laf was en dat het op grote schaal actief met de Duitse bezetter meewerkte. Zij zijn het daar totaal niet mee eens.

Tot zover weer onze nieuwsbrief.

We verwachten in aanloop naar 4 en 5 mei snel weer met een nieuwe editie te komen.

Graag tot dan. 

Als je je wilt aanmelden voor deze nieuwsbrief, klik dan hier.

Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.