Programma
Herdenking Razzia 16 april
Op 16 april vindt de herdenking plaats van de razzia in Beverwijk en Velsen Noord uit 1944
Globaal programma 4 mei
Wenckebachstraat Velsen Noord
09.45 uur Herdenking bij Hoogovensmonument
10:00 uur Kranslegging, Toespraken en herdenkingsmomenten
Sinds 2023 is de herdenking nog indrukwekkender geworden. De 4 mei herdenking bij het monument voor de 69 gevallenen tussen mei 1940 en mei 1945 heeft dit jaar een interessante uitbreiding gekregen. Naast de gebruikelijke muziek door het Hoogovens-orkest en de toespraken, heeft de organisatie de namen op de plaquettes ‘zichtbaar’ gemaakt door tijdens het noemen van de namen een medewerker naar voren te roepen die een aluminium bordje met de naam en data van de overleden medewerker toonde. Dit leverde een indrukwekkende verzameling HO-medewerkers op, die daarna een erehaag vormden voor de deelnemers aan het defilé.
De Biezen
10.00 uur Kranslegging bij graven van oorlogsslachtoffers
Begraafplaats Duinhof
11.00 uur Kranslegging
Burgerzaal Gemeentehuis
17.45 uur Ontvangst genodigden en publiek (iedereen is welkom)
Tijdens de ontvangst is er muziek
18.00 uur Opening door de voorzitter Comité 4 en 5 mei Velsen
18.05 uur Inleiding
18.15 uur Muzikaal intermezzo
18.20 uur Gedicht/voordracht
18.30 uur Muzikaal intermezzo
18.35 uur Afsluiting door voorzitter
18.40 uur Formeren van de stoet kransleggers
Monument Plein 1945
18.45 uur Korte wandeling naar het monument
18.45 uur Gedurende gehele plechtigheid speelt het carillon
18.50 uur Leggen van kransen of bloemstukken bij monument
19.00 uur Stille tocht naar Westerveld.
Begraafplaats en crematorium Westerveld
19.30 uur Aankomst begraafplaats Westerveld
19.45 uur Stop bij de eregraven van geallieerden en gevallen & verzetsstrijders
19.50 uur Aankomst herdenkingsveld
19.59 uur Taptoe en twee minuten stilte
20.05 uur Toespraken
20.10 uur Kransen en bloemen leggen met afsluitend defilé
Westerbegraafplaats
20.30 uur Jan Bonekamp herdenking
Aula Westerveld
21.00 uur Muzikaal en cultureel programma voor iedereen
Globaal programma 5 mei
Bevrijding
Op 5 mei vieren we onze bevrijding. Dat doen we elk jaar in een andere dorpskern. Vanuit Wagingen brengt een groep lopers het Vrijheidsvuur naar Velsen.
De burgemeester ontsteekt het vrijheidsvuur.
Het programma wisselt per jaar.
Niet alleen het comité organiseert activiteiten maar ook veel andere organisaties waaronder Welzijn Velsen, Bibliotheek Velsen, Ruïne van Brederode, Bunkermuseum.
En we gaan ervoor dat er elk jaar meer wordt georganiseerd!
Vlagprotocol
Vlagprotocol 4 mei
Op 4 mei hangen in Nederland de vlaggen halfstok als teken van eerbied en respect voor de oorlogsslachtoffers. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei roept alle inwoners op om op 4 mei de gehele dag de vlag halfstok te hangen (van zonsopgang tot zonsondergang). De vlag die gebruikt wordt, is de Nederlandse driekleur zonder wimpel.
Nederland kent geen wettelijke regels voor het gebruik van de vlag. U mag als burger, bedrijf of organisatie op alle dagen van het jaar de vlag uithangen. Bijvoorbeeld bij een feestelijke gebeurtenis als een huwelijk of het slagen voor een examen. Ook halfstok vlaggen bij een overlijden mag. Er is geen wet die vlaggen verbiedt of bepaalt hoe u moet vlaggen. In de vlaginstructie van de Rijksoverheid staan regels voor het vlaggen vanaf rijksgebouwen. In deze vlaginstructie wordt opgeroepen om de vlag op 4 mei van 18.00 uur tot zonsondergang halfstok te hangen. Tijdens de herdenking kunnen andere vlaggen, zoals de gemeentevlag, eveneens halfstok worden gehangen.
Vlagprotocol 5 mei
Op 5 mei mag de nationale vlag (zonder wimpel) van zonsopkomst tot zonsondergang in top. De vlag ’s nachts wel laten hangen? Dan is het goed gebruik de vlag te verlichten, waardoor de kleuren goed zichtbaar zijn. De vlag mag ook gecombineerd worden met de gemeentevlag, provincievlag of vlaggen van andere landen die bij de bevrijding betrokken waren.
Vlagprotocol 15 augustus
Op 15 augustus wordt het officiële einde van de Tweede Wereldoorlog in het Koninkrijk der Nederlanden herdacht. Er wordt deze dag uitgebreid gevlagd vanaf rijksgebouwen. De Nederlandse driekleur hangt op deze dag, zonder wimpel, in top (let op: niet halfstok). Lokale overheden wordt gevraagd het vlagprotocol te volgen. Particulieren kunnen de vlag eveneens uithangen. Wanneer 15 augustus op een zondag valt wordt de daaropvolgende dag gevlagd.
Bron: website Nationaal Comite 4 en 5 mei
Volkslied (Wilhelmus)
Het Wilhelmus
Het Wilhelmus is sinds 1932 officieel het Nederlandse volkslied. De tekst is omstreeks 1570 aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog geschreven op een bestaande melodie, maar het is niet duidelijk door wie. De huidige variant van die melodie dateert uit het begin van de 17e eeuw. Het Wilhelmus wordt beschouwd als een van de oudste volksliederen ter wereld, al is de tekst van het Japanse volkslied bijvoorbeeld ouder. De tekst van het lied is in de mond gelegd van Willem van Oranje als stadhouder van Holland en Zeeland, alsof hij die zelf uitgesproken heeft. De tekst weerspiegelt Willem van Oranjes tweestrijd inzake de opstand in de Nederlanden: enerzijds probeert hij als vertegenwoordiger van het staatsgezag trouw te zijn aan de Spaanse koning, anderzijds volgt hij zijn geweten dat hem voorschrijft in de eerste plaats God en het Nederlandse volk te dienen.
Het lied was populair als militaire mars en betekende een ondersteuning in de strijd van de Nederlanden tegen de Spaanse overheerser. Gedurende de gehele Tachtigjarige Oorlog is het lied populair gebleven, maar het raakte daarna in vergetelheid tot het in de 19e eeuw opnieuw werd ontdekt. Het was aanvankelijk vooral populair in oranjegezinde en confessionele kringen, maar werd tijdens de Tweede Wereldoorlog tot min of meer onomstreden nationaal symbool.
Van het Wilhelmus wordt meestal het eerste couplet gezongen, soms gevolgd door het zesde.
bron: wikipedia
Wist je dat als je de eerste letter van elk couplet achter elkaar zet je WILLEM VAN NASSOV (= Nassau) krijgt? Dit is een zogenaamd acrostichon.
Tekst van het Wilhelmus
Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij, onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.
In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.
Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.
Lijf ende goed tezamen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders, hoog van namen
hebben ’t u ook vertoond
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in ’t eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.
Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vrezen
mijn edel bloed gewaagd.
Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t’aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.
Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar Dijn,
dat zij mij niet verrassen
in haren bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.
Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.
Na ’t zuur zal ik ontvangen
van God, mijn Heer, het zoet,
daar na zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
welk is, dat ik mag sterven
met ere in het veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.
Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.
Als een prins opgezeten
met mijner heireskracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig in dat veld.
Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.
Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.
Oorlof mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,
’t zal hier haast zijn gedaan.
Voor God wil ik belijden
en Zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in den gerechtigheid.
De originele tekst van het Wilhelmus
Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen Bloedt,
Den Vaderland ghetrouwe
Blijf ick tot inden doet;
Een Prince van Orangien
Ben ick vry onverveert.
Den Coninck van Hispangien
Heb ick altijt gheeert.
In Godes vrees te leven
Heb ick altijt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Land, om Luyd ghebracht:
Maer Godt sal my regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick sal wederkeeren
In mijnen Regiment.
Lijdt U, mijn Ondersaten,
Die oprecht zijn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven,
Bidt Godt nacht ende dach.
Dat Hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.
Lijf ende goed al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn Broeders, hooch van Namen,
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven,
In Vrieslandt in den Slach,
Sijn siel int eewich leven
Verwacht den jonghsten dach.
Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren,
Als een vroom Christen-man,
Voor Godes Woort ghepreesen,
Heb ick vrij onversaecht,
Als een helt zonder vreesen
Mijn edel bloet gewaecht.
Mijn schilt ende betrouwen
Zijt ghy, O Godt, mijn Heer.
Op U soo wil ick bouwen,
Verlaet my nimmermeer;
Dat ick doch vroom mag blijven
U dienaer t’aller stond
Die tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.
Val al die my beswaren,
End mijn vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verasschen
In haeren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.
Als David moeste vluchten
Voor Saul den tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich edelman:
Maer Godt heeft hem verheven,
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijck ghegheven
In Israël, seer groot.
Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt, mijn Heer, dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn vorstelick ghemoet,
Dat is, dat ick mag sterven
Met eeren, in dat velt,
Een eeuwich rijk verwerven
Als een ghetrouwe helt.
Niets doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks landen goet,
Dat ud de Spaengiaerts crencken,
O edel Neerlandt soet,
Als ick daeraen ghedencke,
Mijn edel hert dat bloet.
Als een Prins opgheseten
Met mijnes heyres cracht,
Van den tyran vermeten
Heb ick den slach verwacht,
Die, by Maestricht begraven,
Bevreesde mijn ghewelt;
Mijn ruyters sach men draven
Seer moedich door dat velt.
Soo het den wil des Heeren
Op die tijt had gheweest,
Had ick geern willen keeren
Van u dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert,
Die men altijt moet loven,
En heeftet niet begeert.
Seer christlick was ghedreven
Mijn princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat Hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen oircont.
Oorlof mijn arme schapen,
Die zijt in grooten noot.
U Herder sal niet slapen,
Al zijt ghy nu verstroit:
Tot Godt wilt u begheven,
Sijn heylsaem woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.
Voor Godt wil ick belijden
End sijner grooter macht,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere,
Der hoochster Majesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.